Ik heb serieus overwogen om twee weken naar de nonnen in Vught te gaan.
Niet omdat ik ineens een religieuze roeping had, maar omdat ik Portugees wilde leren. Goed leren. Niet een beetje via een appje met plaatjes van appels, honden en treinstations.
Ik wilde een taalbad.
En ik ken mezelf inmiddels goed genoeg om te weten dat mijn hersenen niet geschikt zijn voor een LOI-achtige cursus. Of misschien moet ik het omdraaien: zo’n cursus is niet
geschikt voor mijn hersenen.
Rijtjes woordjes stampen, grammatica invullen, huiswerk maken en daarna hopen dat je in een Portugees dorp ineens vloeiend kunt uitleggen dat de tuinslang lekt, de kiwi’s water nodig hebben en de aannemer iets anders had beloofd.
Dat werkt bij mij niet.
Toen kwam het huis

De cursus bij de nonnen kostte ongeveer 15.000 euro.
Dat is veel geld, maar ik dacht: als ik in Portugal wil wonen, moet ik de taal serieus nemen.
Alleen had ik inmiddels ook een huis in Portugal. En een aannemer. En eerlijk gezegd denk ik dat mijn aannemer het een stuk prettiger vond dat ik die 15.000 euro niet in Vught uitgaf, maar in Portugese stenen, muren, tegels en allerlei dingen waarvan ik inmiddels geleerd heb dat ze altijd duurder worden dan je dacht.
Dus de nonnen gingen niet door.
Portugal won.
Of in elk geval: mijn huis won.
Google glass en de chip voor Chinees

Daar kwam nog iets bij.
Een oud vriendje van mij liep in 2013 al rond met Google Glass. Hij zei toen dat het vast niet lang meer zou duren voordat er een chip in je hoofd werd geplaatst waarmee je Chinees kon spreken.
Ik vond dat toen een tikje optimistisch.
Maar eerlijk is eerlijk: met de komst van AI, slimme brillen en vertaalapps dacht ik de laatste jaren wel steeds vaker: misschien hoef ik niet meer klassiek woordjes te stampen. Misschien komt de techniek mij gewoon tegemoet.
Toen de Meta AI glasses verschenen, dacht ik: daar gaan we. Nu komt mijn Portugese
redding.
Helaas.
We zijn inmiddels een jaar verder en een bril die soepel Nederlands, Engels en Portugees heen en weer vertaalt alsof ik geboren ben in Braga, bestaat voor mijn dagelijkse praktijk nog niet.
Maar het komt eraan. Daar ben ik vrij zeker van.
Ondertussen praat ik met mijn iphone

Tot die tijd gebruik ik mijn iPhone.
Met mijn tuinman. Met mijn personal trainer. Met mensen in het dorp.
En eerlijk gezegd werkt dat vaak verrassend goed.
Mijn personal trainer spreekt mij zelfs in het Nederlands aan via de app. Mijn tuinman doet dat ook. Niet omdat hij Nederlands spreekt, maar omdat hij moeite doet om mij te begrijpen en zich verstaanbaar te maken.
Dat is precies waar het voor mij om gaat.
Ik verwacht niet dat iedereen in Portugal Engels spreekt. Dat zou onredelijk zijn. Ik woon
hier. Ik wil de taal leren. Ik red me inmiddels met boodschappen, restaurants en gewone praktische dingen.
Maar een echt gesprek voeren is iets anders.
Een gesprek met humor, nuance, gevoel en een beetje snelheid. Een gesprek waarin je niet na elke zin hoeft te zoeken naar een werkwoord dat waarschijnlijk ergens achteraan hoort, maar je weet niet precies waar.
Dat is een ander niveau.

De markante taalhouding
Wat ik soms markant vind, is dat sommige Portugezen vrij snel zeggen: “je moet Portugees leren.”
Dat begrijp ik aan de ene kant.

Natuurlijk is Portugees de taal van Portugal. Natuurlijk is het netjes en verstandig om de taal te leren van het land waar je woont. Daar ben ik het volledig mee eens.
Maar er zit ook een andere kant aan.
Portugal leeft voor een belangrijk deel van mensen van buiten. Toeristen. Buitenlandse
bewoners. Mensen uit Noord-Europa die hier huizen kopen, aannemers betalen, restaurants bezoeken, belasting betalen, olijfolie kopen, wijn drinken en hun geld uitgeven in de lokale economie.
Dan is taal niet alleen een kwestie van aanpassen.
Taal is ook gastvrijheid.
En gastvrijheid betekent niet dat één partij alles moet doen. Gastvrijheid betekent dat je
samen probeert elkaar te verstaan.
Engels spreken is niet altijd luiheid
In Nederland schakelen we vaak automatisch over op Engels als iemand geen Nederlands spreekt.
Niet omdat wij Nederlands niet belangrijk vinden. En ook niet omdat we vinden dat iedereen zich maar aan ons moet aanpassen.
We doen dat omdat we praktisch zijn.
Als je elkaar wilt begrijpen, zoek je de kortste route naar communicatie.
Dat kan Engels zijn. Dat kan langzaam Portugees zijn. Dat kan een vertaalapp zijn. Dat kan handen en voeten zijn. Alles beter dan elkaar corrigeren zonder elkaar echt te bereiken.
Wat mij betreft is dat de kern.
Een taal leer je niet beter doordat iemand zegt: “je moet Portugees spreken.”
Een taal leer je beter doordat iemand langzaam spreekt, je helpt, lacht om de misverstanden en niet meteen doet alsof je een morele tekortkoming hebt omdat je de conjunctivo nog niet soepel uit je mouw schudt.
Portugal heeft veel te bieden
Portugal heeft enorm veel kapitaal.
Niet alleen financieel. Juist niet.
Het land heeft ruimte, licht, kust, bergen, dorpen, steden, geschiedenis, olijfolie, wijn, natuur, regen in het noorden en zon in het zuiden. Het heeft plekken waar mensen uit vollere, duurdere, snellere landen naar verlangen.
Maar de wereld verandert.
Wijnconsumptie lijkt niet vanzelfsprekend eindeloos te blijven groeien. Klimaat en
regenpatronen schuiven. Toerisme verandert. Buitenlandse bewoners worden belangrijker, maar ook kritischer. Mensen kiezen niet alleen voor zon, maar ook voor gemak, veiligheid, communicatie en welkom voelen.
Dan wordt gastvrijheid economisch kapitaal.
Niet als glad marketingwoord, maar gewoon in de dagelijkse praktijk.
Hoe praat je met iemand die jouw taal nog niet goed spreekt?
Help je iemand?
Gebruik je een app?
Spreek je langzaam?
Of zeg je: “je moet Portugees leren”?
Dat verschil voelt een buitenlander meteen.
Misschien is de toekomst eenvoudiger
Misschien loop ik over een paar jaar alsnog met een slimme bril rond die alles direct vertaalt.
Dan hoort de tuinman mij in perfect Portugees en hoor ik hem in keurig Nederlands. Dan
bestel ik in Porto een visje, bespreek ik met de aannemer de afwatering en voer ik bij de
bakker een gesprek over de staat van de wereld.
Tot die tijd doe ik het met mijn iPhone, mijn beperkte Portugees en mensen die bereid zijn om samen een beetje moeite te doen.
En misschien is dat voorlopig ook goed genoeg.
Want uiteindelijk gaat taal niet alleen over woorden.
Taal gaat over contact.
En contact maak je niet door iemand te corrigeren.
Contact maak je door elkaar tegemoet te komen.